300 woorden: De oprekkers & de nalevers

Je ziet het al gebeuren: Nederlanders die alleen in en om het huis blijven en soms een ommetje door de buurt maken. En Nederlanders die de grenzen van de anderhalve meter opzoeken en nog een paar stappen verder zetten.

Toen ik gistermiddag een fotograaf belde voor een klus was hij de middag ervoor niet bereikbaar. Hij was even in de duinen gaan fietsen op z’n racefiets, even het huis uit, even rust zoeken in de natuur. Maar rustig was het absoluut niet, zo vertelde hij. Het krioelde van gezinnen met bakfietsen, stellen die onhandig midden op het pad staan en rondrennende kids. Veel Nederlanders zijn dus weer de hort op, dan blijkt het moeilijk om de regels van Rutte en het Outbreak Managment Team te gehoorzamen.

Koppig
Gehoorzaamheid is sowieso niet zo’n woord dat erg bij Nederlanders past. We zijn liever koppig en eigenwijs. Toch hebben we ons in de eerste fase van de coronamaatregelen keurig gedragen. Oké, soms lukte die anderhalve meter niet, maar we deden ons best om van de situatie het beste te maken.

Dinsdag sprak de premier ons weer toe. Dit keer over minimale versoepelingen van de maatregelen. Een deel van de Nederlanders hoopte dat het ‘gewone’ leven weer hervat zou kunnen worden, anderen hadden er een hard hoofd in. Het bleek het laatste te worden. Weinig versoepeling en vooral de anderhalvemetersamenleving in acht nemen. Tot 20 mei.

Hoop
Nog een maand zoveel mogelijk thuiszitten. Nog een maand kwetsbare ouderen niet kunnen ontmoeten. Nog een maand mensen met onderliggend lijden niet kunnen knuffelen. Tegelijkertijd zien we de patiënten op de Intenisve Care’s afnemen en overlijden steeds minder mensen. Dat is hoopvol, maar we zijn er nog niet, benadrukte Rutte. In onze hersenen koppelen we hoop echter aan meer mensen ontmoeten, dichter op elkaar staan, elkaar vluchtig aanraken.

Hopelijk vliegen de nalevers en de oprekkers elkaar komende maand niet in de haren.

Foto: Cottonbro

Post A Comment